Tijdens het bewind van keizerin Irena kwam in bet Byzantijnse rijk de beeldenstorm op en werd reeds door Leo III in 726 bestreden. Dit werd aanleiding om op bet concilie de kerkelijke leer rond, de werkelijke plaats en betekenis van de heilige afbeeldingen, plechtig af te kondigen. Door een ongelukkige vertaling in bet Latijns, gebeurde het dat de leer van dit concilie op de synode concilie van Frankfurt werd bestreden. Kort daarna werd weer dit herroepen.
Zevende zitting, 13 oktober 787
De definitie (over beeldenhulde) wordt in de 7e zitting opgesteld en in de 8e zitting plechtig afgekondigd.
De definitie aangaande heilige afbeeldingen:
Als het ware bijeengekomen op een koninklijke weg, terwijl wij het van Godswege
geïnspireerde leergezag van onze heilige Vaders volgen en tevens de traditie van de heilige katholieke Kerk (want wij weten dat zij onder de leiding van de H. Geest staat, die absoluut in haar woont), bepalen wij in alle zekerheid en nauwgezetheid dat: zowel de heilige afbeeldingen die gemaakt zijn in kleur en mozaïek of in andere passende materie, in de heilige tempels van God, op de gewijde vaten en kleding, op muren en schilderijen, in huizen en langs wegen, als zijnde eerbiedwaardige en heilige afbeeldingen, een plaats verdienen. Dit geldt zeker, zowel voor de voor de afbeelding van onze Heer God en Heiland Jezus Christus, als ook voor afbeeldingen van onze onbevlekte Koningin en heilige Moeder van God. Eveneens voor de eerbiedwaardige evangelisten en alle heilige en stichtende mensen.Want hoe vaker zij in een verbeelde voorstelling worden bekeken, des te levendiger worden zij die deze afbeelding aanschouwen gericht naar de oorspronkelijke realiteiten ervan.
Tevens wordt het verlangen steeds meer naar hen gekeerd en zal men ertoe komen hen te kussen en hen de passende eer te bewijzen. Echter niet om deze afbeeldingen werkelijk te aanbidden. Volgens ons geloof komt dit enkel aan God zelf toe. Zo wordt aan de afbeeldingen, zoals deze van het kostbaar en levenwekkende kruis, ook aan de heilige evangeliën en de overige heilige gedenktekens, wierook en licht aangeboden zoals ook van oudsher de vrome gewoonte was. De eer van de afbeelding gaat over tot de eer van het afgebeelde. Wie een afbeelding vereert, vereert daarin het wezen van het afgebeelde.