BOODSCHAP AAN DE KUNSTENAARS
Concilievaders van het Tweede Vaticaans Concilie - 7 december 1965
Voorgelezen door kardinaal L. Suenens, geassisteerd door de kardinalen G. De Barros
Camara en J. Landązuri-Ricketts, in tegenwoordigheid van architect Lervi met musicus
Malipiero en dichter Ungaretti.
1
Tot u allen. kunstenaars, die door de schoonheid bezield wordt en voor haar werkt:
dichters en letterkundigen, schilders. beeldhouwers, architecten, musici, mensen
van het toneel en van de film ... Tot u allen zegt de Kerk van het concilie door
onze stem: als u de vrienden van de waarachtige kunst zijt, bent u onze vrienden!
Sinds lang staat de Kerk met u in contact. U hebt haar tempels gebouwd en versierd,
haar dogma's gevierd, haar liturgie verrijkt. U hebt haar geholpen om haar goddelijke
boodschap om te zetten in de taal van de vormen en van de afbeeldingen, om de
onzichtbare wereld bevattelijk te maken. Vandaag, evenals gisteren, heeft de Kerk
u nodig en zij wendt zich tot u. Zij zegt u door onze stem: verbreekt dit zo vruchtbaar
contact niet.
Weigert niet uw talent in dienst te stellen van de goddelijke waarheid! Sluit
uw geest niet voor de inspiratie van de Heilige Geest!
Deze wereld waarin wij leven, heeft behoefte aan schoonheid om niet aan wanhoop
ten onder te gaan. Evenals de waarheid brengt de schoonheid vreugde in het hart
van de mensen: het is die kostbare vrucht die weerstand biedt aan de tand des
tijds, die de generaties verenigt en hen doet delen in de bewondering. En dat
door uw handen ...
Mogen deze handen zuiver en belangeloos zijn! Herinnert u dat u de bewaarders
bent van de schoonheid in de wereld: moge dit voldoende zijn om u los te maken
van een smaak van voorbijgaande aard en zonder werkelijke waarde en u te bevrijden
van het zoeken naar buitennissige of ongezonde uitingen.
Weest altijd en overal uw ideaal waardig en u zult de Kerk waardig zijn die vandaag
door onze stem tot u haar boodschap richt van vriendschap, heil, genade en zegen.