Vanaf 6 november 2009 t/m 3 januari 2010 is er in de Remonstrantse kerk aan de voorstraat te Sommelsdijk de volgende tentoonstelling te zien:

'Een venster naar de hemel' iconen uit de verzameling van Leen Jan Lingen.

Wanneer precies zijn interesse voor iconen begonnen is, weet hij niet. Maar al tijdens zijn studie theologie werd hij er door gefascineerd. Later bij het bezoeken van Oosterse kerken, het bekijken van exposities en het lezen over de wereld van de iconen, groeide zijn belangstelling. Misschien is de beeldtaal van deze ‘vensters naar de hemel’ wel ter compensatie van de protestantse Woord-cultuur waarin hij opgroeide en die hem trouwens nog steeds zeer lief is. Misschien is het de mystieke uitstraling uit een andere wereld die hem aantrekt. En misschien is het ook gewoon het feit dat iconen ‘hun’ verhaal vertellen dat deel uitmaakt van de christelijke traditie. In elk geval: hij begon ze te verzamelen. Op markten en vooral via internet kocht hij -op goed geluk- voor hem bijzondere exemplaren. 

Ze werden bijna allemaal door experts bevonden ‘echt’ te zijn, d.w.z. handgeschilderd en oud. Hij liet ze restaureren bij Geert Husstege, iconenrestaurateur en iconenschilder in Haaren. Wat daar soms onder de wierook, de kaarsenwalm en het vuil vandaan kwam was verrassend en soms ontroerend. Een aantal van zijn iconen komen uit Rusland en zijn oud: 18e en 19e eeuw. Dat zijn feestdageniconen, een ‘Leven van Nicolaas-icoon, een deesis-icoon (aanbidding van Christus), een Christus-alziend oog-icoon en een viervaks icoon. Een enkele komt uit de 20e eeuw: Christus-Albeheerser, en een moeder Gods icoon. Een paar zijn handgeschilderd op oud hout zoals een feestdagenicoon, een leven van Elia-icoon en het ‘niet met handen geschilderde gezicht van Christus’ (Mandylion). Een paar iconen komen uit Ethiopië en vertolken de bijbelse verhalen op een aandoenlijke primitieve wijze. Moderne iconen uit Griekenland behelzen niet alleen bijbelse voorstellingen, maar ook taferelen uit de kerkgeschiedenis. Kortom: er zijn nogal wat iconen die hem dierbaar zijn. Hij zal er misschien niet dezelfde belevenis bij hebben als oosterse christenen, maar toch ‘spreken’ ze tot hem en verbinden ze hem met een andere wereld: de wereld van de Bijbel, van God. En zo nodigen ze hem uit om - goed protestants- het Woord te gaan beluisteren dat deze God van den beginne heeft gesproken. Hopelijk beleeft elke bezoeker van de expositie daar iets van.

De expositie is te bezichtigen op zondag na de kerkdienst [vanaf 11.00 tot ongeveer 12.00 uur] en op woensdagmorgen van 10.00 uur tot 12.00 uur.

Als u de expositie op een andere tijd wilt bezoeken, kunt u een afspraak maken met de fam. Schrier. Tel.0187-484317

 

1

Geert Hüsstege in zijn gallery te Haaren

Maria Farag

 

A

lle iconen zijn een vehikel van het evangelie", zegt iconenschilder en theo­loog Jan Verdonk(59). "De heiligen of gebeurtenissen op de icoon staan al­lemaal in relatie tot Christus. Iconen zijn christocentrisch.." .

De Grieks-orthodoxe Verdonk uit Amsterdam schildert zelf tegen­woordigweinig meer, maar leert zijn zestig leerlingen iconen maken. Slechts een enkeling van de deelne­mers is zelf oosters-orthodox.

Verdonk heeft het schilderen ge­leerd van de Griekse iconenschilder Neoklis Kolliopoulos, die in de Kre­tenzische stijl schilderde, met statige gestalten en felle kleuren. De Kre­tenzische schilderschool bloeide tus­sen 1400 en.1600 in Griekenland.

"Ik vleI voor de heldere mediterra­ne kleuren", zegt Verdonk. De ico­nen in de Griekse traditie zijn feller van kleur dan de aardetinten in de Russisch-orthodoxe iconen.

Geert Hüsstege (40), iconenschil­ger in Haaren (Noord-Brabant) legt uit dat iconen altijd de incarnatie van Christus verbeelden.

"In het Oude Testament was God aanwezig in vuur en wind, in ontast­bare elementen. Iconen zijn juist stoffelijk Nu kunnen we de houten iconen aanraken en kussen. Ze ver­beelden God op aarde, hij is in Chris­tus mens geworden."

Niet de icoon als materiaal wordt aanbeden, maar dat waar de icoon naar verwijst: de Schepper, die in een andere werkelijkheid zetelt, zegt Hüsstege.

Verdonk legt de andere werkelijk­heid uit als' de hemel waarin onze tijd niet bestaat'. "Het is tijdloos­heid, de eeuwigheid."

Tijdens zijn opleiding tot restaura­teur van schilderijen wilde Hüsstege leren schilderen met de tempera­techniek. Temperaverf is gemaakt van eidooier, azijn en pigment. Door het eigeel blijft de verf stabiel en hecht ze aan het doek. Iconen wor­den nog altijd met deze verf geschil­ derd. Voordat er olieverf uitgevon­den werd, eind van de veertiende eeuw, werd temperaverf overal in de schilderswereld gebruikt. Olieverf is makkelijker te hanteren dan de tra­ditionele verf op basis van eidooier: die droogt erg snel. Olieverf mengt makkelijker als het nog nat is en droogt langzamer

De rooms-katholieke Hüsstege ging naar de orthodoxe aartspriester Chrysostomos in Wenen. Hij leerde van hem temperaverf te maken en gebruiken. Sindsdien wijdt Hüsstege zich aan het schilderen en restaure­ren van iconen. Ook hij geeft ook cur­sussen icoonschilderen.

Hüsstege betreurt het dat iconen in zijn eigen kerk niet zo'n belangrij­ke plaats innemen als in de ortho­doxe kerken. "Ze hebben in de rooms-katholieke kerk geen liturgi­sche waarde."

Tijdens orthodoxe kerkdiensten bewierookt de priester de iconen, sa­men met de bijbel. "Die twee, iconen en het evangelie als boek, zijn gelijk­waardig. Kun je- nagaan!" zegt Ver­donk. "Gelovigen knielen, kussen de iconen, branden een kaarsje. We vergoddelijken hen die afgebeeld zijn, niet. Het zijn vrienden. Ze helpen ons Christus te vinden. "

"Als je iconen in huis hebt hangen, word jè telkens herinnerd aan de ver­bondenheid met Christus" , zegt Hüs­stege. "Daarmee wordt Christus betrokken bij je dagelijkse leven." Als je een icoon goed bekijkt, word je het beeld in getrokken. Dat komt door­dat de lijnen, vanuit de toeschouwer gezien, naar achter uitlopen. Achter de afbeelding is er een steeds breder wordende wereld, tot naar het on­eindige.

"Een icoon houdt op een icoon te zijn zodra je met de iconentraditie breekt", zegt Verdonk.

Iconenschilders houden ook de materiaaltechnische traditie in stand. Die gebruikt temperaverf "Als een icoon met andere verf ge­schilderd wordt, heeft het direct een ander uiterlijk, het ziet er gladder uit", zegt Verdonk. Hüsstege legt uit dat de temperatechniek zorgt voor transparantie van de verflagen. "Die gaat verloren als je acryl of olieverf gebruikt. Acryl is dekkend en doods. Je krijgt ook andere penseelstreken op het doek. "

"We schilderen met licht", zegt Hüsstege. "Laag voor laag werken we van donker naar licht. Vanuit de ico­nen gaat daardoor een goddelijk licht uit." De icoon probeert te laten zien hoe het uiterlijk van een per­soon verandert 'als je deelneemt aan het ongeschapen goddelijke licht'. Dat is het licht van God, dat de afge­beelde mensen vanuit de iconen uit­stralen.

"Het is belangrijk om in contact blijven met de eerste iconen, met de basis", zegt Verdonk. Die dienen als voorbeeld voor nog te schilderen ico­nen. "Voor de orthodoxe kerk is het een must Om de gelaatstrekken van heiligen te bewaren zoals ze in de eerste iconen overgeleverd zijn. De oude schildertechniek waarborgt het voortzetten van de iconentradi­tie in een zuivere vorm." De heiligen zijn afgebeeld zoals ze in de eeuwige wereld zijn, zonder gebreken of on­effenheden. "Rustig, de blik op on­eindig", zegt Verdonk.

"We zijn niet vrij om van die tradi­tie af te wijken", zegt de Amsterdam­se iconenschilder. Volgens hem heb je een te groot ego als je af wilt wij­ken van de oude meesters. "Nie­mand kan die schilders evenaren. Wij zijn dwergen op schouders van reuzen. Als je met die traditie breekt, heb je wel religieuze kunst, maar geen iconen. Een icoon is een uniek liturgisch voorwerp: je kunt ermee bidden. Dat gaat niet zo makkelijk met religieuze kunst. Een willekeu­rig plaatje van een madonna heeft niet hetzelfde als een icoon; ze moet namelijk wel lijken op de portretten die al eeuwen door de kerk geadop­teerd en gekoesterd zijn."

Als iemand toch geneigd is te expe­rimenteren, dan zal dat moeten bin­nen de speelruimte van de traditie.

Is het niet saai telkens dezelfde soort iconen te schilderen?

"Je hebt onuitputtelijk veel iconen om als voorbeeld te gebruiken", rea­geert Hüsstege. "Met kleuren kun je veel nuances aanbrengen. Ik kan kie­zen welke kleur rood ik gebruik voor een mantel en hoe ik dat versier."

Hij laat een icoon zien van de Moe der Gods, met een ster op haar hoofd­bedekking. "Die ster kun je op tallo­ze manieren schilderen, je kunt er­voor kiezen haar hoofd iets te draai­en en de lichtval te bepalen."

Op iconen van de Moeder Gods staat vaak met een ster afgebeeld; die staat voor haar maagdelijkheid. Als er drie sterren zijn geschilderd, sym­boliseert dat haar maagdelijkheid

voor, tijdens en na de geboorte van Christus. De drie sterren verwijzen ook naar de Heilige Drie-eenheid. Sommige iconen laten maar twee sterren zien. Op de plek van de derde ster zit Christus op de arm van de Moeder Gods: de incarnatie van God,

Volgens Verdonk 'kun je eeuwig doorschilderen met iconen zonder je te vervelen'. "Je kunt haren op tallo­ze manieren schilderen, de heiligen zijn gehuld in verschillende stoffen als wol en zijde en je kunt variëren in de ornamenten."   

"Iedereen die schildert, ontwikkelt zijn eigen handschrift", zegt Hüsstege. Hij wijst op de stijl van de verschillende iconenscholen in Frankrijk "Franse iconen zijn vaak lichter dan de iconen uit Rusland.Het is met een bepaalde vlotheid geschilderd. De contouren zijn heel duidelijk, je ziet dikke zwarte lijnen die de figuren omtrekken."

Als Hüsstege een heilige nog niet kent, leest hij eerst over hem of haar voordat hij begint met schilderen. "Je doet eigenlijk hetzelfde als je een v portret van iemand zou schilderen." Tijdens het schilderen zegt hij vaste gebeden voor icoonschilders binnen de orthodoxe traditie. "Ik vraag zegen en bijstand van de heilige tijdens het schilderen."

Verdonk leest het gebed van de Griek Dionysius van Fourna (1670 tot na 1774), auteur van een boek over iconografie. Een deel van dat gebed

luidt: 'Bestuur mijn handen, opdat ik op waardig en volkomen wijze Uw beeltenis kan afbeelden, alsook die van Uw zeer heilige Moeder en die van alle Heiligen, voor de glorie, vreugde en de verfraaiing van Uw heilige Kerk'. Elke keer als Hüsstege na een wat langere pauze verder schildert, maakt hij op zijn minst een kruisteken. "Iconen schilderen is een toegewijde bezigheid: je draagt het icoon en je gebeden op. Dat is ook de reden dat schilders hun icoon nooit signeren. Ze is niet ge­maakt tot eer van de schilder, maar tot eer van God."

2

‘Iconen zijn hier niet toevallig terechtgekomen’

Anette Warringa in " Tussenbeide"

Iconen zijn in opkomst. Hun kleuren verwarmen de wat kille bouwstijl uit de late twintigste eeuw. Op zoek naar nieuwe spirituele diepte, lijkt de jonge 21e eeuw steun te vinden bij deze tijdloze beeldtraditie, waaruit twaalfhonderd jaar geleden al het niet-goddelijke werd weggeëtst.

Geert Hüsstege werkt al anderhalf jaar in het Groene Hart. Hij is Nederlands beroemdste iconenschilder en geldt internationaal als groot kenner van iconen. Oorspronkelijk restaurateur, kreeg hij zijn opleiding onder meer bij een Russische monnik in Wenen. Daardoor is hij erfgenaam van een oeroude traditie.

Niet de icoon, maar Christus

De oorsprong van de iconografie verliest zich in de verte van het verleden, vertelt hij. Er zijn aanwijzingen dat ze voortkwam uit de Egyptische Fayoem-mummieportretten uit de laat-Romeinse tijd. De vorm waarin we haar nu nog kennen stamt uit de achtste en negende eeuw. Toen herrees ze als een Phoenix uit haar as na een hevige beeldenstorm, waarin christenen alle iconen hadden vernietigd omdat ze deze strijdig achtten met het Tweede Gebod. De nieuwe beeldcultuur moest theologisch verantwoord zijn tot in de kleinste details, om haar tegenstanders te kunnen overtuigen. Niet artistieke waarde of gelijkenis telde, maar de mate waarin het beeld de toeschouwer in contact wist te brengen met Christus. Niet de icoon maar Hij was het, die moest worden aanbeden. De ontwerpen werden zeer streng gereguleerd.

De nieuwe iconenstijl hield stand en verouderde sindsdien niet. Tot ongeveer het jaar 1000 was ze algemeen in heel Noord-Afrika, Klein-Azië en Europa. Daarna ontwikkelde ze zich vooral verder in Griekenland en nog later in Rusland.

Verlangen naar integriteit

In de twintigste eeuw leidde het communisme in Oost-Europa tot smokkel van talloze kostbare iconen naar het westen. Vele verdwenen in de handel, andere kregen een plaats in een kerk of een kloosterkapel. Weer andere zijn inmiddels teruggegeven aan hun land van herkomst. Hüsstege denkt wel eens dat de iconenkunst niet zómaar naar het westen kwam: ‘Ze kwamen als het ware op tijd voor de verwarde periode na het Tweede Vaticaans Concilie, waarin we ons nu nog bevinden. De kerk moet zich opnieuw oriënteren op de wijze waarop ze zich in beelden wil uiten. Weer beleven we een tijd van zuivering, kritisch kijken en terugzoeken van het oorspronkelijke, net als na de achtste eeuw. De iconentraditie is ontstaan vanuit een sterk verlangen naar integriteit. Tegenstellingen oversteeg ze en het contact tussen heiligen en hun toeschouwers wist ze te herstellen. Ze had op geen beter moment naar ons toe kunnen komen.’

Nu groeit de traditie dus verder in Nederland, en Hüsstege’s atelier, aan een hoge dijk bij Leimuiden, is een nieuwe, sterke loot aan de oude stam.

A.W.

3

“Iconen zijn als een muziekstuk, dat je steeds op een andere manier kunt spelen”
Geert Hüsstege, iconenschilder  

In Pokrof 2004, 3 verscheen een artikel waarin een cursusgroep van Hüsstege werd gevolgd bij het schilderen. In dit nummer laten redactielid Dolf Bruinsma en Heleen Koesen, arabiste van haar vak en lid van de Pokrofgemeenschap te Amsterdam, ons kennis maken met een van de icoonschilders die Nederland rijk is, Geert Hüsstege, en ook met zijn vrouw Angélique, die het werk mee draagt. Over het ‘handschrift’ van de schilder, de vrijheid bij het schilderen en de manier waarop iconen een plek hebben verworven in het Westen.  

 

‘Russisch’ landschap
Sinds 1 april van het vorig jaar wonen de Hüssteges op de verbouwde boerderij, met hun drie kinderen van tien maanden, en drie en vier jaar oud. De boerderij is royaal gelegen tussen weilanden met koeien en schapen en aan het brede water van de Drecht, bij de Westeinderplas. “Als er sneeuw ligt”, zegt Geert, “kun je je in Rusland wanen”. (Inmiddels is de familie om gezondheidsredenen uit deze vochtige omgeving naar Brabant verhuisd red.2006)
Maar tijdens ons bezoek is het de eerste tropische dag van het jaar. De kinderen spelen buiten met water, en wij houden ons gesprek in de expositieruimte. Het wordt toch vooral een gesprek met Geert. Angélique komt er af en toe bij zitten en heeft het verder druk met de huiselijke dingen. Geert Hüsstege is een voorkomende man, die bedachtzaam, wat tastend formulerend spreekt. Hij staat voor veel dingen open en op rechtlijnige opvattingen kunnen we hem niet betrappen
Op dat moment wordt er in ‘hun’ boerderij een iconententoonstelling gehouden. De ruimte is prachtig, vrij laag, met veel hout. Er klinkt gezang van Chevetogne en in een paar hoeken liggen onder meer iconenlichtjes, gebedssnoeren, icoontjes en boeken te koop.
 

Een eigen ‘handschrift’
Hoe het zo gekomen is , is de onvermijdelijke eerste vraag. In Geerts verleden liggen een noviciaat bij de Norbertijnen in Postel (België) en een opleiding tot restaurateur. Gaandeweg ging het restaureren van iconen hem steeds meer interesseren en ging hij ze zelf schilderen. Hij volgde privélessen in Wenen. Een en ander breidde zich uit tot het geven van cursussen, onder andere hier in Leimuiden, maar ook in andere plaatsen. Genoemd worden: Roermond, Tegelen, Voorburg. Tijdens een van de cursussen heeft hij Angélique leren kennen. Ze assisteert hem bij de cursussen. “Op de achtergrond”, zegt ze zelf.
Geert houdt zich tevens bezig met verkoop - een bron van inkomsten -, maar loopt niet fanatiek de beurzen af. Hij wordt ook wel als expert geraadpleegd. Iconen, je hebt ze in vele soorten, maar de Russische stijl trekt hem het meest, met zijn sobere ingetogenheid en zijn verhevenheid, anders dan de meer heldere kleuren en scherpe contouren van bijvoorbeeld de Griekse iconen.
Een iconenschilder aan het werk, wat kunnen we ons daarbij voorstellen? “Het eerste doel is”, zegt Geert, “een directe ontroering bewerkstelligen bij de beschouwer. Er moet ‘contact’ zijn. De voorstelling moet daarom niet te ingewikkeld zijn: niet te veel taferelen en symbolen; hoewel de technische uitdaging om iets gecompliceerders te maken, wel een rol kan spelen.” Voor iconen met veel details, met uitgewerkte symboliek, of een heiligenleven met veel plaatjes voelt hij overigens niet veel. “De iconenschilder geeft een bepaalde stem aan datgene wat hij wil overbrengen. Al doende ontwikkelt hij een ‘handschrift’.”
Geert schildert tijdens de cursussen en hij doet het thuis. In het laatste geval graag in de middag, en het liefst als hij zich een langere periode kan concentreren: steeds een kwartier lang concentratie, en dan weer een paar minuten ontspanning. Het schilderen als gebed is een omschrijving die je vaak hoort. “Bij het schilderen breng je je in een toestand van gebed – muziek kan hierbij helpen - en terwijl je schildert, blijf je in gebed.”
Is dat niet in tegenspraak met het doen, wat schilderen eigenlijk is? Het werken met verf en materialen lijkt ons weinig meditatief. “Het goddelijke verschijnt in kleuren en lijnen; het schilderen zelf is zodoende een meditatie.”

Geliefde afbeeldingen
Zijn er ook favoriete onderwerpen voor Geert Hüsstege?
Geert houdt erg van de voorstelling van de Moeder Gods van Tederheid. “Dit geldt trouwens ook voor veel cursisten. Voordat een cursus begint, wordt vaak druk ‘gelobbyd’ om de voorstelling waaraan men gaat werken. Moeder Gods-afbeeldingen zijn geliefd. Voor cursussen mogen de voorstellingen niet te ingewikkeld zijn. Een voorstelling als bij voorbeeld de N’eopalimaja Kupina (de Onverbrandbare Braamstruik, zie de voorzijde en de meditatie door Renger Prent) is dan niet haalbaar.” Angélique houdt het meeste van het Mandylion , eigenlijk de oer-icoon, de eerste maal dat de Menswording verschijnt in een afbeelding.   “En”, zegt Geert, “als je in deze van tendensen mag spreken: de laatste tijd is er veel aandacht voor het idee van de mens als beeld van God”.

De icoon
Kan een icoon ook mislukken, zodat je hem beter kunt weggooien?
“Er kan altijd iets fout gaan, zoals dat in het leven zelf het geval is, omdat nu eenmaal niemand volmaakt is. Schilderen is ook een voortdurend aanbrengen en eventueel wegwerken. Het is altijd mogelijk iets te veranderen.”
Is alles traditie bij het iconenschilderen? “Iconen worden welbewust volgens de traditie gemaakt. Voor elke voorstelling gelden voorschriften, die in ons geval worden afgeleid van reeds bestaande voorbeelden. Schildersboeken, zoals we die uit de geschiedenis kennen, functioneren hier niet als zodanig. En de praktijk biedt weinig grote veranderingen. Dit in tegenstelling tot de gang van zaken in het Westen, waar stijlen en motieven elkaar altijd hebben afgewisseld, gelijk op met de profane kunst. De verschillen in perspectiefbehandeling zijn bekend.”
Is er een groot verschil tussen een icoon en bijvoorbeeld een Antoniusbeeld? “De icoon is noodzakelijk tweedimensionaal. Een sculptuur waar je omheen kunt lopen, staat in de ruimte, en maakt zo deel uit van deze wereld. De icoon is een plat vlak en is een venster met uitzicht op een andere wereld”.  

Als een muziekstuk
Bieden de voorschriften nog enige vrijheid? “Er zijn natuurlijk geen twee iconen hetzelfde. Je zou kunnen spreken van een vrijheid van interpretatie, als bij een muziekstuk dat je steeds op een andere manier kunt spelen. Ook is het zo dat er nog altijd heiligen bij komen. Je moet weten hoe heiligen moeten worden afgebeeld, met herkenbare trekken, zonder dat er sprake is van een portret. Orthodoxe kerken in het Westen kunnen besluiten plaatselijke heiligen van vóór het schisma af te beelden.”
“Bepaalde trekken in motieven of de thematiek kunnen in een gegeven periode op de voorgrond treden, en dit kan ook per land verschillen. In Nederland is er de laatste tijd de tendens om terug te grijpen op technieken van vóór 1700, omdat na die tijd allerlei dingen binnengeslopen waren die afbreuk deden aan de oorspronkelijke vroegchristelijke inspiratie.”  

Een taal voor iedereen
Waar horen iconen thuis?
“Allereerst in de kerk, waar ze deel uitmaken van de liturgie, en vervolgens bij de mensen thuis, bijvoorbeeld in de iconenhoek, voor de huiselijke liturgie.Op een tentoonstelling horen ze al minder thuis, maar er kan oprecht gestreefd worden naar een stemmige sfeer, waarbij je kunt denken de exposities in het Catharijnemuseum in Utrecht.” En verkooptentoonstellingen? “Die liever niet, maar ze kunnen ook nuttig zijn om de iconen bij de mensen te brengen. Elke tentoonstelling kan de mensen in contact brengen met iconen. Tenslotte zijn er altijd werkplaatsen geweest waar iconen werden geschilderd en winkeltjes waar je ze kon kopen. Als iconen pure belegging zijn, zijn de grenzen overschreden.”
En horen ze alleen in orthodoxe kerken thuis? “Het wordt steeds meer praktijk dat ze in katholieke en protestantse kerken een plek vinden. We kennen de enigszins afgezonderde zijkapelletjes waar je voor de Maria-icoon een kaars kunt opsteken. Het zou nog beter zijn als de icoon een plaats krijgt in wat in de kerk gebeurt. Een opstandingsicoon bijvoorbeeld kan heel goed een plaats krijgen in de hoek gewijd aan de overledenen. Op de icoon zie je een reeks heiligen die tot leven zijn gewekt, een rij die in gedachte kan worden uitgebreid met de overledenen van de parochie, van wie de votiefvoorwerpen in de kerk hangen. Het maakt verder niet veel uit in wat voor kerk de icoon hangt. De taal van de icoon is toegankelijk voor iedereen; we hebben hier een zekere praktijk van de oecumene.”
Geert Hüsstege heeft zelf een icoon geschilderd voor de crypte van de (rooms-katholieke) basiliek in Echternach, die door een Russische orthodoxe archimandriet uit Aken werd gewijd, in aanwezigheid van vertegenwoordigers van andere orthodoxe groeperingen.  

De kerk en de theologie
De Hüssteges zijn katholiek, met belangstelling voor de Byzantijnse liturgie. Ze hebben een tijdje in de kapel van Johannes van Damascus in ‘s-Hertogenbosch gekerkt (katholiek van de Byzantijnse traditie), toen ze daar nog in de buurt woonden. Op het moment hebben ze niet een heel vaste plek. Ze erkennen zeker de noodzaak van een kerkelijke organisatie, waardoor de gelovigen in de gelegenheid zijn om samen te komen. De kerkelijke hiërarchie weerspiegelt ook de heilsgeschiedenis. De verschillende kerken vullen elkaar aan, en zijn samen één.

Omarmt Geert een bepaalde theologie van de icoon? “Van grote betekenis is het geschrift van Johannes van Damascus, Tegen hen die de Heilige iconen smaden , waar gelukkig, sinds 1968, een Nederlandse vertaling van bestaat, die bovendien binnenkort toegankelijk is via de website van het Iconencentrum. In dit geschrift worden de argumenten geformuleerd die werden gebruikt om het iconoclasme te weerleggen, en wordt een fundament gelegd voor de theologie van de iconen.”
In verband met de iconenstrijd citeert Geert met instemming uit het voorwoord van Van der Meer op deze vertaling: «Soms moet een vaas gebroken worden, wil de geur van het reukwerk, dat er in verborgen was, het vertrek vervullen.»

Dolf Bruinsma
Heleen Koesen  

http://www.bisdomhaarlem.nl/nieuws/2007/iconenkruis.htm

4

Nieuwsblad van het Noorden:

Jezelf verliezen in eeuwige iconen

Door Maaike Trimbach

GRONINGEN

De, Moeder Gods kijkt met een hand aan haar oor neer op de toeschouwer. "Alsof ze een mobieltje aan haar oor heeft", zegt Geert Hüsstege van Iconencentrum Leimuiden.

Maar het gebaar duidt er op dat ze nadenkt en bidt. Nor­maal gesproken zou ze de hand moeten gebruiken om het hoofdje van het kind op haar schoot' te ondersteunen. Maar dat zweeft min of meer zelfstandig in de ruimte. Om aan te geven dat het geen ge­woon kind is.

"Russische iconen zitten vol symboliek", zegt Hüsstege. "Zo is het perspectief in veel iconen bewust verkeerd om. Niet na at de horizon, maar naar de kijker gericht. Zodat je erin verdwijnt en om te laten zien dat het aan de andere kant oneindig is."

Hüsstege, iconenrestaura­teur en -schilder, exposeert vandaag en morgen zo'n honderd iconen uit zijn collectie in de koffiekamer van de St.Jo­zefkathedraal. Oude iconen uit de zestiende, zeventiende en achttiende eeuwen nieu­we, door Hüsstege geschilderd.

De iconenschilderkunst is een levende kunst, die juist door de val van het IJzeren Gordijn weer is opgebloeid. "Doordat er meer wordt ge­reisd, worden mensen over en weer beinvloed en geinspi­reerd. Daarom zijn er juist de laatste jaren weer veel prach­tige iconen gemaakt."

5

De Heilige Willibrord op een nieuwe weg

Th. Walin in Luxemburger wort ,

zaterdag 20 november 2002

(vertaling Hüsstege-iconen)

Willibrord octaaf en hetgene wat de kerk in Luxenburg aan het hart gaat.

Het Willibrordus octaaf staat dit jaar in het teken van de verkondiging van Gods woord. Daarbij staat de evangelisatie op de eerste plaats. In het afgelopen jaar werd veel over het kerkmodel voor 2005 na gedacht en aansprekende structuren werden ontwikkeld welke op 1 oktober laatst-leden door aartsbisschop Fernand Fanck bij decreet vastgelegd werden. Deze structuren zijn geen hoofdzaak maar slecht hulpmiddelen om Christus woord beter te kunnen verkondigen.

Welke accenten wil deze nieuwe vorm van evangeliseren leggen. Welk voor-beeld kan het beste helpen de weg naar Christus te vinden. Het komt op het woord aan. Zoals ons altijd is voorgehouden. De kerk moet ook in onze tijd de boodschap van Christus opstanding als de vrome boodschap van de voleindiging van de mens ver-kondigen.

De mens als woning Gods vraagt om respect voor de mens. Hem het levens-brood te geven is een privilege dat opnieuw onze aandacht verdiend. Het is immers de weg naar bevrijding.

"Respect voor God is het begin van wijsheid " vermaant de psalmist.

De mens wil leven. Zijn levensgevoel is bijzonder sterk. De levensbewuste mens zal geholpen worden door hem die van zich zelf zei :"Ik ben de weg, de waarheid en het leven.

De weg van de mens naar God is een bevrijdende verlossing in deemoedige acceptatie." Heer ik ben niet waar-dig..." Willibrord is deze weg naar de mensen gegaan. En vooral weer in onze tijd, licht zijn gestalte opnieuw op als beschermer en bevorderaar van de eenheid en vergeving, van vrijheid en vrede. Hij staat helpend op de weg die voor deze nieuwe eeuw een van de belangrijkste wegen is. "Allen zullen een zijn. Zoals Gij Vader in mij zijt en ik in Uw."(Joh .17 -21)

In 1908 werd St.Willibrord door vertegenwoordigers van de Anglikaanse kerk uitgeroepen als patroon in hun dialoog met de Oud Katholieke kerk. Dit had plaats in Londen en woordvoerder was de geestelijke Georg Barker.

Dat men toen van Anglikaanse zijde St. Willibrord voordroeg is verwonderlijk, want pas bijna 100 jaar later, in 2001 werd deze officieel in de Anglikaanse liturgische kalender opgenomen.

Hoewel het contact voor het eerst plaats had met de Nederlandse Oud katholieke kerk werd Willibrord het bindmiddel tussen de Anglikanen en de Oud katholieken, die in 1931 samen het St. Willibrord gezelschap oprichtten. Afdelingen van dit gezelschap zijn inmiddels gevestigd in acht Europese landen en in Noord Amerika. Dit St. Willibrord gezelschap mag men niet verwisselen met de in Nederland gevestigde St. Willibrord vereniging, die in 1896 werd opgericht. Sedert 1948 werd de dialoog tussen de Katholieke kerk in Nederland en de overige Christelijke kerken geïn-tensiveerd. Sinds 1980 zijn ook internationaal deze contacten versterkt. St Willibrord is nu schutspatroon in de dialoog tussen Anglikanen en Oud Katholieken, de Katholieken en andere Christelijke kerken. En sinds 2001 tevens met de Oosters kerken, waarbij samen gewerkt wordt met de Vereninging voor Oecumene Atha-nasius en Willibrord. De Nederlandse katholieke kerk heeft daarbij een pioniers rol gespeeld.

Willibrord verering in de Orthodoxe kerk. Het begin.

Vanuit het Belgische klooster Chevetogne is begonnen met de dialoog tussen katholieken en orthodoxen. Al geruime tijd gaan van daaruit im-pulsen uit om een betere wederzijdse verstandhouding te bevorderen. De eerste stap daarbij was het verspreiden van icoon afbeeldingen in het bijzonder de Moeder Gods van Wladimir en de Drievuldigheid door Rublew. Een volgende stap was de opname van Westerse heiligen in liturgie en iconografie. Tot deze heiligen behoort ook de Heilige Willibrord, onder andere in commentaar en gebed die werden opgenomen in de nieuwe Synecdimos die de Apostolische Diakonie in Parma in 1997 in de Franse taal uitbracht. De Nederlandse vereniging Athanasius - Willibrordus werkt steeds meer aan een grensoverschrijdende oecumenische samenwerking met de Oosterse kerken terwijl in Noord Amerika die zelfde trend valt waar te nemen.

Verschillende orthodoxe- en katholieke kloosters hebben zich als doel gesteld de geschiedenis van de westelijke heiligen voornamelijk uit de Iers - Engelse streken in de iconografie op te nemen. Daarvan werden al iconen vervaardigd en via postkaarten verspreid. Deze ontwikkeling is o.a. een gevolg van het groeiend contact tussen de orthodoxe- en christelijke-kerken als gevolg van de sedert 1917 begonnen emigratie. Het vormt nu een teken van dankbare verbondenheid.

De Heilige Willibrord in de iconografie

Een icoon wordt niet geschilderd maar volgens de algemeen geldende regel der iconograaf, geschreven. Men spreekt daarom ook niet van icoonschilders maar van iconografen. De verbreiding van iconen, wordt vooral door abdijen en kloosters ver-zorgd.

Een icoon van St. Willibrord is een gebeurtenis op zich. Saweljew schrijft:"De icoon is ons geboren uit Gods liefde, en door onze liefde tot God leeft hij".

Welke iconen van Willibrord zijn ons bekend? De mogelijk oudste Willibrord icoon bevindt zich in het Russich orthodoxe klooster St.Hilarion in Austin (Texas V.S). Dat klooste bezit nog een tweede icoon en wel in een deur van de iconostase. Dat betekend dat Willibrordus naast als heilige ook als een bijzondere schutspatroon van het klooster wordt vereerd.

Dit klooster is inmiddels in het bezit van een verzameling van 205 westerse heiligen. De mogelijkheid bestaat, dat zich in Noord Amerika nog andere Willibrord iconen bevinden. In de U.S.A. zijn immers meerdere iconografen actief.

De derde bekende Willibrord icoon stamt uit Nederland en werd door de kunstenares Lidy Shuh in 1980 gemaakt voor een parochie in de omgeving van Beilen. Het Apostolaat voor de Oosterse kerken liet hiervan een postkaart maken die grensoverschrijdend werd verspreid. Willibrord is er afgebeeld als monnik en aardbisschop. De kleuren zijn willekeurig gekozen.

Een vierde Willibrord icoon bevindt zich in het Duitse Traben-Trarbach /Kautenbach in het daar gevestigde iconencentrum. Alexey Alexandrowitch Sawejel (1918/1996), een der grootste iconografen van Europa, bracht hier ongeveer 150 iconen van de Oosterse kerk bijeen waaronder ook enige heiligen uit West Europa.

Waarbij naast Willibrordus, ook Bonifatius, Brenedictus,Vecent van Lerin, St Martinus en Franciscus van Asisie. Mogelijk kwam Salejew naar Echternach voor documentatiemateriaal.

De vijfde St.Willibrord ikoon stamt van iconograaf Geert Hüsstege. Deze vormt een drijvende kracht bij het herstellen en restaureren van ikonen. Zijn werk staat in dienst der oekumenische vereniging Athanasius en Willibrordus. Vijf jaar geleden vervaardigde hij een Willibrordus icoon voor de parochie van St. Willibrord in het nabij Breda gelegen St. Willibrord. De zesde Willibrord icoon werd in 2002 voor de kerk van Echternach gemaakt plus vier kleinere die op 7 November worden aangeboden. De Willibrordus -ikoon van Geert Hüsstege zal waarschijnlijk het model van alle Willibrordus-ikonen worden. In de Iconografie zijn er immers voor iedere heilige eign voorstellingswijzen. Door zijn zuivere techniek,het geestelijke invoelingsvermogen en de kleurkeus heeft de iconograaf G. Hüsstege een icoon geschapen die brug tussen religies kan zijn.

Zegening en overdracht van de Willibrord iconen op 7 November

In overleg met de aardsbisschop en de Vicarus generaal, worden op 7 november tijdens een liturgische vie-ring, vijf iconen gezegend en vier daarvan aan vertegenwoordigers van oosterse kerken die momenteel in Luxemburg gevestigd zijn, aangeboden. Dit zijn de Grieks-orthodoxe kerk, de Roemeense ort-hodoxe kerk, de Russich orthodoxe kerk en de Servisc orthodoxe kerk. De Willibrord iconen waarvan de hoofdicoon in de basiliek blijft, dienen als vriendschapsband tussen genoemde kerken en de Katholieke kerk. De Willibrord icoon zal in het heiligdom (in de crypte) de verbondenheid in de Gods- en heiligen verering verbeelden. De zegening der iconen wordt uitge-voerd door de Russische mandriet Joseph Pustoutof.

De aankondiging van deze viering kreeg in Nederland bijzondere aandacht. Eeen groep pelgrims zal aanwezig zijn en onder hen de Secretaris generaal van de oekumenische vereniging Athanasius en Willibrordus. De oecumenische arbeid wordt voor de Christelijke kerken van Europa een der hoofd activiteiten van deze eeuw. Met de uitbreiding van de Europese gemeenschap met landen uit het oosten, ontsaan hiervoor nieuwe mogelijk-heden. De oecumenische dialoog zal zich verbreiden. De gestalte van Willibrordus als schutpatroon met Athanasius moet in heel Europa in een nieuwe glans stralen. Aan het graf van deze heilige zijn wij verplicht de ons gestelde opgave te zien en uit te voeren. Deze oecumenische arbeid wordt ons "ora et labora" Moge de heilige Willibrord ons allen daartoe een gelukkige hand bieden. In deze zin willen wij ons aan God toevertrouwen. Met Willibrord gaan we een nieuwe weg en wel in "Dei nomine feliciter".

6

Wijding en Willibrord, Tekenen van Eenheid

Geert Hüsstege

Nederlandse ikoon van Willibrord naar Echternach

In november stapten op een frisse donderdag in alle vroegte zestig mensen in een bus. Doel van de reis was Echternach in Luxemburg, de bedevaartplaets wear de heilige Willibrord zijn graf vond in 739. De reis werd georganiseerd door ikonenschilder Geert Hüsstege. Aanleiding was de wijding van door hem geschilderde Willibrord-ikonen in Echternach.'Via mijn website was de katholieke pastoor van Echternach een Willibrordikoon op het spoor gekomen die ik had geschilderd. Hij wilde deze graag aanschaffen voor zijn kerk in Echternach en een aantal kleinere exemplaren om cadeau te doen aan de andere kerken in Luxemburg.' De ikonen werden gewijd door een persoonlijke vriend van de pastor, een Russisch-orthodoxe priester en archimandriet uit Aken. 'De pastoor maakte een gebaar van eenheid met de schenking van de ikonen aan de Russisch-orthodoxe, de Grieks-orthodoxe, de Servisch-orthodoxe en de Roemeens-orthodoxe parochies in Luxemburg. Zijn vriendschap met de orthodoxe priester is ook een mooi teken van eenheid.' De reizigers werden in de bus onderhouden met een videoband over het schilderen van ikonen en ingelicht over de achtergronden van Willibrord en de ikoon.

Willibrord is als grondlegger van het christendom in onze streken een symbool voor de eenheid van christenen in de Lage Landen, katholieken en protestanten, omdat beide hun wortels hebben in de prediking van de heilige. 'Maar de prediking van Willibrord werd vaak voorafgegaan door oorlog en geweld tegen de Friezen. In gebieden die Pepiin veroverde probeerde men eerst de stammen te overtuigen op de ‘Ding’, een soort volksvergadering die kon beslissen over het overgaan tot een ander geloof, maar er zijn ook oorlogen om gevoerd.' De keuze om het christelijk geloof over te nemen was niet altijd een vrije. De schilder: 'Het kan daarom moeilijk zijn om Willibrord te schilderen, maar hij is degene aan wie wij ons geloof te danken hebben en al die kerktorentjes die je ziet aan de weg naar Echternach.'

Bij de wijding van een ikoon horen speciale gebeden en psalmen. Voor ikonen van heiligen gebruikt men psalm 139 over de mens die door God in de kiem is gemaakt, de mens die gewenst is, en over de weg naar de eeuwigheid die God hem wijst. Tijdens het zingen en bidden bewierookt de priester die de wijding verricht de ikoon om het opstijgen van het gebed te symboliseren. De wierook staat voor het mysterie van Gods aanwezigheid. De wijding van een ikoon is een bijzonder gebeuren. Husstege vergelijkt het met de consecratie van de hostie in de katholieke kerk: 'De priester heft de ikoon omhoog. Dat is het moment waarop deze niet meer alleen maar hout en verf is, maar een venster wordt op de goddelijke werkelijkheid. Als schilder moet ik dan afstand doen van de ikoon als mijn werk, ik moet hem uit handen geven en hem overgeven aan God. Vanaf dat moment is de ikoon toegewijd aan Gods werkende kracht.'

'Zo spreekt Jahwe de Heer: Ikzelf zal uit de top van een hoge ceder een takje nemen en dat in de grond zetten; van de bovenste scheuten zal Ik een twijgje plukken en Ikzelf zal het planten op een hoog oprijzende berg; op de hoge bergen van Israel zal ik het planten. Het zal loten voortbrengen, vrucht vormen en een prachtige ceder worden.
Daaronder zullen allerlei soorten vogels nestelen; in de schaduw van zijn takken zullen
ze nestelen'(Ezechiel 17:22-23).

Deze woorden gelden speciaal voor Willibrord. Op de ikoon zien we hem in een lijst staan, een 'kovtjek' wat ark betekent. In deze ark van het verbond, de verblijfplaats van God, verblijft hij als vriend van Christus in het eeuwige, als onze vriend in het hier en nu. Hij heeft de tonsuur of kruinschering van een monnik die de benedictijnse regel naleeft. Zijn uiterlijk is Angelsaksisch, Keltisch en met ziin blik kijkt hij dwars door ons heen naar de diepten van ons hart. Zijn rechterhand houdt hij zegenend en getuigend omhoog, zijn vingers vormen de Griekse letters van de naam Jezus Christus.
Drie vingers omhoog verwijzen naar de Heilige Drieeenheid, de andere twee naar de goddelijke en menselijke natuur van Christus. In zijn linkerhand, die uit eerbied bedekt is
met zijn priestergewaad, draagt hij het boekvan het Leven, het Woord van God. Hij is de
weg van het Leven gegaan en staat nu zelf opgetekend in het boek van het Leven. Hij is
de verkondiger van het Woord van God, de ware leer van de weg van het Leven.
Willibrord is in een oud bisschoppelijk gewaad afgebeeld. Een groen kleed, omdat dit in het oosten de kleur is van de Heilige Geest. Ook staat groen symbool voor het leven en wordt het bij oogstfeesten gedragen. Het kleed verwijst ook naar Christus die het Leven is, waarmee Willibrord zich heeft bekleed. Een groen gewaad versierd met mooie bloemmotieven, echt symbool voor het Leven.

Zijn witte wollen stola met kruisen heeft hij van de paus ontvangen. In het oosten heet dit een omofoor en in het westen een pallium. Deze stola drukt de verbondenheid uit met de paus die hetzelfde draagt. Bij zijn wijding tot aartsbisschop krijgt hij de naam Clemens, de zachtmoedige. De oudste betekenis van de omofoor is die van de goede herder. Als bisschop aangesteld, is hij een goede herder die de schapen bijeen brengt. De kruisen op de stola doen ons denken aan de teleurstellingen die Willibrord kende als het christendom niet unaniem aangenomen werd, Christus waar hij zo enthousiast voor ijverde en zijn leven voor wilde geven. Alles heeft hij voor Hem achtergelaten toen hij zijn vaderland verliet zonder te weten wat hem te wachten stond in onze streken. Als een twijgje door God geplant, is hij uitgegroeid tot een prachtige boom. Hiervan mogen wij de vruchten plukken en weer vruchten van voortbrengen, in eenheid met elkaar, met Willibrord, en met God.

Uit Eikonikon: Overgenomen uit 'Overeen', nr 6, januari 2003

7

http://www.kerknet.be/

8

iconenkruis

9

IconenKruis2007

10

http://www.eikonikon.nl/bulletin/2004/leimuiden.php

11

http://www.larensbehoud.nl/internet/rss/readItem.asp?itemID=519

12

http://chartaoecumenica.nl/Agenda/Bestanden/2006-05-19%20Kip%20en%20het%20ei%20probleem.doc

13

http://www.udenhout-centraal.nl/news.asp?id=000000168&ftmod=news_000000001&index=no

14 Brabants Dagblad

A

De heiligen van Geert Hüsstege
door Marcel Linssen. zaterdag 07 juni 2008

Tekstgrootte
HAAREN - De iconen bij de Haarense iconenschilder Geert Hüsstege stralen vooral rust uit. Ze ogen veelal klassiek, maar toch ook weer modern.

Op tafel een groot bronzen kruis, met christusafbeelding. Ook een icoon. De sfeer in de niet al te grote kamer aan de Haarendijk is er een van kalmte, onthaasting. Een rust die door de iconenschilder en restaurateur wordt overgenomen. Hüsstege is een man van voldoende woorden, niet te veel, niet te weinig.

Zo'n zeventien jaar is hij actief in zijn vakgebied. Een periode waarin Hüsstege is uitgegroeid tot 'n heus specialist. Hij wordt gevraagd voor exposities, maar ook voor cursussen en lezingen, onder meer in het Luxemburgse Echternach.

Daar was tijdens de pinksterdagen de heilige Willibrord, tussen 695- 739 aartsbisschop der Friezen, onderwerp van een lezing van Hüsstege. Waarmee meteen blijkt dat het bij iconen niet alleen gaat om afbeeldingen uit de Grieks- of Russische-Orthodoxe kerk. " Iemand die iconen schildert bedient zich altijd van plaatselijke heiligen. Van heiligen in het land waar hij zich bevindt", benadrukt Hüsstege.

Willibrord is een van die personen, net als overigens diens opvolger bisschop Bonifatius, die van 739-754 de scepter zwaaide in de kerkelijke Nederlanden. En dan is er nog de Nijmeegse karmeliet Titus Brandsma, die in 1942 in het concentratiekamp Dachau om het leven kwam. Van die laatste heeft Hüsstege een icoon gemaakt in opdracht van het Titus Brandsma Museum in Bolsward. " Hij was een vurig verdediger van de waarheid en kwam in de tweede wereldoorlog op voor de persvrijheid. Daarom is hij ook afgebeeld met een krant in zijn handen."

De volgende Nederlandse heilige die Hüsstege graag wil 'schrijven', zoals dat bij iconen heet, is Tilburger Peerke Donders.

Als kind van pakweg tien jaar kwam Geert Hüsstege in aanraking met iconen toen zijn oom ergens in de jaren zeventig in de antiekzaak een expositie organiseerde rond iconen. "Ik vond die prachtig, Niet dat ik er toen iets van begreep, maar die afbeeldingen maakten indruk. Soms waren het vreemde voorstellingen, een beetje hoekig, maar het had iets mystieks. En dat pakt je als kind toch."

De jaren erna lag er altijd wel ergens een icoon in huize Hüsstege zodat de fascinatie bleef broeien. Hüsstege bezocht de schildersschool in Boxtel - tegenwoordig SintLucas -, toog naar Wenen en Rusland om meer te weten te komen over iconen en ontpopte zich als restaurateur en later schilder.

Anno 2008, inmiddels 41 jaar, is bij Hüsstege die liefde voor iconen nog even levend. Hij koopt en verkoopt, restaureert en schildert. Bijna een manier van leven, "en nog steeds niet puur zakelijk", geeft hij toe.

"Ik begrijp nu beter het hoe en waarom van iconen. Een icoon laat een mensbeeld zien van God, van Christus. Op een icoon staat niet de persoon van een heilige maar het geestelijke. Bij Titus Brandsma probeer ik met diens gelaatsuitdrukking en het aureool uit te drukken dat hij Christus verbeeldt."

Gaat in het westen de geloofsbeleving vaak niet veel verder dan het opsteken van een kaarsje, in oostelijk Europa hoort de icoon echt bij het geloof. " Dat zie je ook bij de mensen thuis. Vaak zie je al een icoon als je binnenkomt. Die staat of hangt met het gezicht naar de deur. Het idee is dat je als vriend wordt begroet", zegt Hüsstege. Door de jaren heen begint Hüsstege meer een eigen stempel te drukken op zijn werk. De eerste schets is van zijn hand, maar ook de laatste van de pakweg 30 verflagen op de icoon. " Er is een aantal ongeschreven regels voor het maken van iconen. In boeken worden die regels steeds weer anders uitgelegd. Dus daar heb je niets aan. Wat ik doe is kijken naar voorbeelden en eigen combinaties maken. Picasso zei ook al altijd: 'Een echte kunstenaar steelt bij het leven'." Geert Hüsstege geeft vandaag en morgen een expositie in ontmoetingscentrum 't Plein in Udenhout. Beide dagen is die van 11.30 tot 17.00 uur geopend.

http://www.brabantsdagblad.nl/regios/denbosch/3238231/De-heiligen-van-Geert-Husstege.ece

 

B

Iconen nu naar Rusland
door Marcel Linssen. woensdag 04 juni 2008 | 17:52

Tekstgrootte
HAAREN - Iconenschilder Geert Hüsstege heeft klanten uit Dubai en Rusland, maar heeft ook al een icoon geleverd aan het Nederlandse koninklijke huis.

Een huwelijkscadeau in 2002. Zeer waarschijnlijk hangt dit nu ergens aan een muur in Wassenaar.

Vanuit Dubai vragen ze Hüsstege om raad voor restauraties, terwijl dit voorjaar Russische opkopers binnenliepen om te kijken wat hij zoal in huis had. "Hij zocht de wat grotere, meer bijzondere, stukken", vertelt Hüsstege. Stukken die inmiddels waarschijnlijk al verhuisd zijn naar het land van oorsprong, Rusland. Dat enkele hoge Russische geestelijken oproepen hebben gedaan om geen iconen meer naar het buitenland te laten 'verhuizen', is volgens Hüsstege wel te merken in het aanbod. Zelf houdt hij zich het liefst bezig met iconen 'schrijven', en met het maken van bronzen reisiconen.

Een van zijn grotere projecten is momenteel het maken van acht iconen met scènes uit het leven van Maria, bestemd voor een kerk in Nijmegen. Daarnaast maakt hij voor de vereniging voor oecumene in Den Bosch een paulusicoon met voorstellingen uit het leven van Paulus.

In principe beschikt Hüsstege over een trouwe klantenkring die met enige regelmaat neerstrijkt aan de Haarendijk in Haaren. Of, komend weekeinde, in ontmoetingscentrum 't Plein aan het Tongerlo- plein in Udenhout. Hier kunnen bezoekers zaterdag en zondag onder genot van een drankje en een hapje - "mensen rijden toch vaak een flink stuk - de tentoongestelde iconen te bekijken. Beide dagen iopen van 11.30 tot 17.00 http://www.brabantsdagblad.nl/regios/meierij/3224196/Iconen-nu-naar-Rusland.ece

14

Brandsmamuseum krijt ikoan


It Titus Brandsmamuseum yn Boalsert hat freed in ikoan fan de sillich ferklearre Brandsma krigen. De ikoan is skildere troch Geert Hüsstege. Twa partikulieren ha it inisjatyf foar it skilderij nommen.

Brandsma is ôfbylde yn in tradisjoneel Karmelhabyt. Hy hat as attributen in Byzantyns krús en in krante by him. Dat lêste ferwiist nei syn striid foar frijheid fan mieningsuterjen. Brandsma is yn 1942 yn Dachau stoarn.

http://www1.omropfryslan.nl/Mear_Nijs_24482.aspx

 

Iconenexpositie in Vught 2008

iconenexpositie Eindhoven 2009NEW!